Groene isolatie

Milieuvriendelijke isolatie – volgens sommigen is dat een pleonasme, omdat (goed) isoleren sowieso goed voor het milieu is. Een feit is dat ruimtes die je niet hoeft te verwarmen of te koelen, omdat ze goed op temperatuur blijven, gunstig zijn voor het beperken van het energieverbruik. In de trias energetica staat het beperken van energieverbruik op de eerste plaats. Isolatie is daarbij een van de belangrijkste factoren.

De sojabonenisolatieschuimsoap

Instinctief denkt men al snel, dat als iets uit de natuur komt, het waarschijnlijk ook wel het beste voor het milieu zal zijn. In de Verenigde Staten werd een isolatieschuim op basis van soja enerzijds de hemel in geprezen vanwege de vermeende groenheid van het product, terwijl anderzijds tegenstanders in de chemische samenstelling van het isolatieschuim doken en naar voren brachten dat:


  1. het voor de rest wel gewoon polyurethaanschuim is, een copolymeer bestaand uit twee componenten A (meestal een di-isocyanaat) en B (met twee of meer OH-groepen, waaronder een polyol);

  2. de sojaolie maar een heel klein deel van component B van het product is, waardoor het uiteindelijk maar tussen de 2,5 en maximaal 15 % van het isolatiemateriaal is;

  3. de sojaolie als vervanging dient van een suikerverbinding, óók een natuurlijk product;

  4. het aandeel sojaolie beperkt móet zijn omdat het resulterende product er minder stabiel door wordt;

  5. het met het steunen van de lokale sojaboeren dus ook wel meevalt, aangezien maar een klein deel van het product daadwerkelijk uit sojaolie bestaat.


Critici van sojabonenisolatieschuim ontkennen niet, dat schuimisolatie in veel gevallen, zeker bij de in de US gebruikelijke bouwmethode van eengezinswoningen, een goede oplossing is. Ze willen alleen niet, dat consumenten kiezen voor een “groengewassen” product en daar meer voor betalen, terwijl ze voor minder een net zo goed en milieutechnisch vergelijkbaar product kunnen (laten) toepassen.

Dat kan groener... toch?

Onder invloed van berichten in de media maken consumenten zich steeds vaker zorgen over de effecten van “niet-natuurlijke” isolatie op milieu en gezondheid, bijvoorbeeld over het uitdampen van vluchtige organische stoffen (VOS of VOC) uit uithardende kunststoffen, of de effecten van de blaasmiddelen in isolatieschuim.



Ook in Nederland zijn verschillende isolatiematerialen voorhanden die in meerdere of mindere mate uit natuurlijk materiaal bestaan. Daar staat tegenover, dat sommige “niet-natuurlijke” isolatiematerialen een zeer lange levensduur hebben en/of volledig te recyclen zijn en/of een veel hogere isolatiewaarde hebben waardoor met minder materiaal eenzelfde Rc-waarde behaald kan worden.

Een isolatiemateriaal uit zuiver scheerwol of zacht en pluizig katoen, dat klinkt toch heel natuurlijk en gezond? Wanneer echter de milieubelasting van nieuwe scheerwol en katoen wordt vergeleken met minder knuffelbare materialen, valt die vergelijking voor schapenwol en katoen nadelig uit, omdat bij de productie ervan veel broeikasgassen wordt uitgestoten (de boeren en winden van de schapen), veel gif wordt gebruikt (voor het ongedierte in de vacht van schapen en tegen ongedierte en onkruid bij de teelt van katoen) en vooral bij de teelt van katoen ook veel water wordt verbruikt.


Bovendien wordt de grootste hoeveelheid katoen verbouwd in Midden- en Noord-Amerika, zodat ook het transport een factor is.

Maar wat dan wel?

Een relatief makkelijk toegankelijk overzicht is te vinden bij NIBE, waarvoor wel een account aangemaakt moet worden. Welke isolatie het beste is, verschilt per toepassing. Isolatie onder de vloer moet andere eigenschappen hebben dan isolatie in het dak, dus dat er per toepassing een andere topper kan zijn, is logisch. NIBE waardeert allerlei verschillende materialen voor toepassing in verschillende bouwdelen, grofweg gerangschikt volgens de NL/SfB Elementenmethode.


Voor na-isolatie van vloeren komen polyester-aluminiumkussens momenteel als beste uit de tabel, met op enige afstand glaswolplaten op de tweede plaats en EPS-platen op de derde. Het overzicht van NIBE is echter niet compleet, want bijvoorbeeld cellulair glas en in-situ isolatieschuim met water of HFO’s als blaasmiddel staan niet in de tabel.

Dat in-situ PUR-schuim met HFC245fa als blaasmiddel op de op een na laatste plaats in de tabel staat is niet verbazingwekkend, maar de vergelijking met groenere vormen van PUR en andere isolatieschuimen zou wel heel interessant zijn.


Bij spouwisolatie staan biobased EPS parels en houtvezel flexibele isolatie bovenaan de tabel als beste keuzes, met EPS, glaswol en PUR/PIR schuimplaten (pentaan geblazen) daar vlak onder. Maar EPS parels zijn vooral voor na-isolatie geschikt, terwijl de platen meestal tijdens de bouw in een spouwmuur verwerkt worden. Hier ontbreken ook de in-situ isolatieschuimen en nieuwere isolatiematerialen zoals aerogel en vacuümisolatieplaten.


Voor isolatie van hellende daken gaat isolatiemateriaal van gerecyclede kleding op kop, gevolgd door steenwol, EPS platen, glaswolplaten en purschuimplaten (pentaan geblazen). In alle gevallen wordt schapenwol door NIBE geclassificeerd met 7c, de slechtste milieuklasse.

Geen eenduidig antwoord

Volgens NIBE bestaat er dus geen “beste allround isolatiemateriaal”; per bouwdeel en element zijn er verschillende soorten isolatiemateriaal die voor toepassing geschikt zijn en waarvan de milieuklasse per toepassingsgebied kan verschillen. Wat uit de classificatietabellen van NIBE echter wel eenduidig naar voren komt, is dat “natuurlijk” niet per se het beste voor het milieu is, en “plastic” niet per definitie het slechtste.