Gevel en dak


gezichtsbepalend maar ook karakterbepalend

“Wat je niet verbruikt, hoef je ook niet te betalen”

De gevel van een gebouw is – over het algemeen – een van de eerste dingen die gezien wordt. Als zodanig zijn ze natuurlijk gezichtsbepalend. Wat er in die gevel allemaal gebeurt is ook in hoge mate bepalend voor de gebruikseigenschappen van een gebouw. Niet voldoende daglicht? Deprimerend! Slecht geïsoleerd? Te warm, te koud, te veel lawaai van buiten… de opbouw en uitvoering van de buitenschil, zowel gevel als dak, hebben grote invloed op het binnenklimaat. Dat binnenklimaat bepaalt voor een belangrijk deel hoe gebruikers een gebouw ervaren – wat het karakter ervan is.

Hoewel veel problemen installatietechnisch (achteraf) verholpen kunnen worden, is het vanuit het oogpunt van energiezuinigheid en milieuvriendelijkheid beter om te zorgen dat een bouwwerk in de basis in orde is. De afgelopen zomer werd pijnlijk duidelijk, dat veel van onze bestaande gebouwen niet goed geschikt zijn voor gebruik bij extreem hoge buitentemperaturen. Installatietechnisch is dat “op te lossen” door bijvoorbeeld airconditioning te installeren en er wat kWh aan elektriciteit tegenaan te gooien. Op de lange termijn is dat echter geen goede oplossing. Naar verwachting zullen de temperaturen alleen maar stijgen, zal de koellast alleen maar groter worden en neemt dus het energieverbruik dan ook alleen maar toe.

Voorkomen is beter dan genezen

Geen cliché zo platgetreden of er zit wel een vlekje aan, om maar eens wat metaforen te mengen. Wanneer je voorkomt, dat ongewenste warmte een gebouw binnenkomt, hoef je het er niet met veel moeite weer uit te krijgen. Andersom geldt het ook: wanneer je zorgt dat een gebouw niet ongewenst afkoelt, hoef je het ook niet op te warmen. Het zou onze “Hollandse” volksaard ontzettend aan moeten spreken: wat je niet verbruikt, hoef je ook niet te betalen. Daar komt echter gelijk het volgende cliché uit de hoge hoed: de kosten gaan voor de baten uit. Om een gebouw zo te realiseren dat het de gewenste temperatuur behoudt, is isolatie nodig.

“Airconditioning is geen oplossing voor de lange termijn”

QUOTE


"Sommige energiezuinige principes zijn al eeuwen in gebruik in andere delen van de wereld"
“Constante temperatuur is niet altijd gewenst”

Trias energetica

De driestappenstrategie die voor het energiezuinig ontwerpen van gebouwen wordt gebruikt, gaat uit van a. het beperken van de energievraag, b. het gebruik van zo schoon mogelijke energie en c. het zo efficiënt mogelijk gebruiken van fossiele energie. Die strategie is bepaald niet nieuw – het model werd al in 1979 ontwikkeld aan de TU Delft – maar nog steeds actueel. Dat geldt ook voor veel ontwerpprincipes voor energiezuinige gebouwen. Sommige principes zijn al eeuwen in gebruik in andere delen van de wereld, maar hebben in Nederland nooit voet aan de grond gekregen, zoals bouwen met grote overstekken om schaduw te creëren. Andere bouwmethoden, zoals aarden daken, waren vroeger heel gewoon maar zijn in de moderne tijd buiten gebruik geraakt.

Weg met de doorzonwoning

Om de energievraag van onze toekomstige woningen en gebouwen te beperken, zal bij het ontwerp of de herontwikkeling ervan afgeweken moeten worden van de nu in Nederland gebruikelijke vormentaal en zal leentjebuur gespeeld moeten worden bij de gebouwtypologieën van meer zuidelijk gelegen landen. De Familie Doorzon zal het zonder doorzonwoning moeten doen. Een beperking van het glasoppervlak op het zuiden, om oververhitting te voorkomen. Overstekken, om zoninstraling te belemmeren wanneer de zon op zijn hoogste punt staat. Isolatie van gevels, daken, gevelopeningen en dakdoorbrekingen om warmtetransport in te dammen.

Contradictio in caliditas

Voldoende massa in het gebouw om de interne temperatuur constant te houden, of juist een lichte constructie om snel op te kunnen warmen of koelen? Veel mensen geven de voorkeur aan een koele omgeving om te slapen, terwijl de omgevingstemperatuur voor ontspannen bankhangen juist hoger moet zijn. Voor het stofzuigen en lappen van de ramen mag de thermostaat wat lager, voor thuiswerken achter laptop of beeldscherm juist weer wat hoger. Een constante binnentemperatuur klínkt logisch en zelfs aangenaam, maar de praktijk blijkt weerbarstiger. Zelfs persoonlijke verschillen kunnen roet in het thermocratische eten gooien. Een bekend voorbeeld is de kantoortuinsituatie, waar de een zit te puffen van de hitte terwijl de ander er bij dezelfde ruimtetemperatuur rillend een dekentje bij pakt.

“De Familie Doorzon zal het zonder doorzonwoning moeten doen”

QUOTE


"Men zou ervoor kunnen kiezen om beneden te slapen en boven te wonen"
“De gebruiker is een belangrijke factor”

Een nieuwe kijk op ruimtegebruik

Waar het nu vrij standaard is, dat in eengezinswoningen de ruimtes met de grootste warmtevraag op de onderste (en meestal koelste) woonlaag liggen en de slaapvertrekken waar doorgaans een lagere temperatuur gewenst is erboven, zou men ervoor kunnen kiezen om de slaapverdieping beneden en de woonverdieping boven te situeren. Waar de grondwaterstand het toelaat zou de slaapverdieping zelfs gedeeltelijk verdiept of onder het maaiveld kunnen liggen, zodat er op de woonetage toch voldoende contact met de buitenomgeving is.

Bij de huidige bouwmethoden wordt ook nauwelijks aandacht geschonken aan thermische isolatie tussen gebruiksruimtes binnen een woning. Wanneer de gewenste temperatuur per gebruiksruimte echter zo verschillend is, zou het de moeite kunnen lonen om warmteoverdracht tussen verschillende ruimtes in één woning verder te beperken. Een bijkomend potentieel voordeel is dat ook de geluidsoverdracht tussen ruimtes op die beperkt wordt.

Hoopvolle ontwikkelingen en halsstarrige bewoners

Natuurlijk zijn er bouwsystemen die gebruikmaken van betonkernactivatie, waarbij de vloeren (en wanden) naar gelang de behoefte koelen of verwarmen met behulp van een warmtepomp of wko. Ja, er zijn al jaren ontwikkelingen gaande waarbij daken vergroend worden of als wateropslag gaan dienen. Ook BENG zal een bijdrage leveren aan de verduurzaming van de woningbouw. Al jaren zijn tal van architecten en ontwikkelaars bezig om passiefhuizen, nul-op-de-meter-woningen en energie-negatieve woningen te realiseren. Er is steeds meer keuze in installatie-onderdelen die werken op duurzame energie. Maar een belangrijke factor blijft de eindgebruiker. Wanneer een bouwwerk, of de installatie daarin, niet zo wordt benut als bedoeld is, lekt een deel van het te behalen milieuvoordeel roemloos weg. Daarom pleit ik voor welopgevoede gebruikers, die bij hitte overdag de ramen en deuren gesloten houden – met eventueel nog luiken ervoor – en die de boel pas tegenover elkaar open zetten wanneer de buitentemperatuur voldoende gedaald is.

“Niet veel aandacht voor thermische isolatie tussen gebruiksruimten”